De vader van Brankele Frank heet Leonard Frank. Hij werd in 1942 in Groningen geboren en overleefde als baby en peuter de bezetting als onderduikkind. Zijn verhaal is er een van verstoppen, verhuizen en overleven, en het verdient om zorgvuldig verteld te worden.
Geboren midden in de bezetting
Leonard kwam ter wereld op een moment dat het voor Joodse gezinnen in Nederland al levensgevaarlijk was. Vrijwel meteen na zijn geboorte moest hij ondergedoken worden. Een baby verbergen is iets anders dan een volwassene laten onderduiken. Het vraagt mensen die bereid zijn een kind in huis te nemen, met alle risico’s van dien, en die het stil weten te houden.
In de jaren die volgden verbleef Leonard op meerdere adressen in Groningen en Friesland. Er was een periode in een kindertehuis en een periode op een boerderij. Elke verplaatsing had een reden, meestal veiligheid, en elke verplaatsing betekende opnieuw wennen aan onbekende gezichten. Voor een heel jong kind is dat een wereld zonder vaste grond.
Onderduiken onder een andere naam
Om hem te beschermen kreeg hij een andere naam. Na de oorlog heette hij Wim Frankema. Zo’n naamswisseling was praktisch, het maakte een kind minder herkenbaar als Joods, maar het had ook een prijs. Wie ben je als je onder een andere naam bent grootgebracht en pas later hoort hoe je echt heet en waar je echt vandaan komt?
Wat de familie verloor
De oorlog kostte deze familie veel. De vader van Leonard, Eliazer Frank, bijgenaamd Leo, was econoom en verzetsman. Hij werd verraden, via kamp Vught weggevoerd en in 1944 vermoord in Auschwitz, zesendertig jaar oud. Leonard heeft zijn vader daardoor nauwelijks gekend. Hij groeide op met de afwezigheid van iemand die er had moeten zijn.
Na de bevrijding was er geen schone lei. Het gezin waarin Leonard opgroeide was zwaar getraumatiseerd. De oorlog eindigde in 1945, maar de gevolgen ervan bleven in huis hangen: verdriet, gemis en spanningen die kinderen aanvoelen zonder ze te kunnen benoemen. Dat een kind de bezetting overleeft, betekent niet dat het onbeschadigd verder kan.
Wat we niet weten
Dit deel van de familiegeschiedenis is bekend geworden doordat Leonard en zijn dochter Brankele samen een interview gaven, gepubliceerd door het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Zulke gesprekken hebben waarde omdat ze uit de eerste hand komen en omdat ze de mens achter de feiten laten zien. Ze zijn ook kwetsbaar, want het gaat over pijn die nooit helemaal wegtrekt.
Het is goed om te benoemen wat we niet weten. De precieze adressen, de namen van de mensen die hem verborgen, de dagelijkse details: veel daarvan is niet publiek en hoort dat misschien ook niet te zijn. Leonard Frank is geen bekende Nederlander en zoekt de aandacht niet. Zijn verhaal is naar buiten gekomen in een context van herdenken, niet van sensatie.
Waarom leeft de vraag naar deze vader dan toch? Omdat Brankele Frank zichtbaar is geworden, en omdat haar werk over stress, trauma en de hersenen niet los te zien is van waar ze vandaan komt. Wie het oorlogsverhaal van haar vader kent, begrijpt beter waarom zij zich juist met deze thema’s bezighoudt.
Leonard Frank overleefde als onderduikkind een oorlog die zijn eigen vader het leven kostte. Dat hij er nog is, en dat hij samen met zijn dochter over dit verleden durft te praten, maakt het verhaal niet lichter, maar wel waardevol om door te vertellen.