De familie Frank: grootvader Leo, het verzet en Auschwitz

De vader van Brankele Frank is Leonard Frank, geboren in 1942 in Groningen. Om zijn verhaal te begrijpen, moet je een generatie terug, naar zijn vader. Die heette Eliazer Frank en werd Leo genoemd. In hem komt de zwaarste kant van deze familiegeschiedenis samen.

Wie was Leo Frank

Leo Frank leefde van 1908 tot 1944. Hij was econoom en verzetsman. Dat zijn twee werelden die je niet vaak in één zin ziet, maar in bezettingstijd liepen ze door elkaar. Mensen met een normaal beroep kozen ervoor om zich te verzetten, met alle gevaar dat daarbij hoorde. Leo was een van hen.

Het verzet was levensgevaarlijk werk. Verraad lag altijd op de loer, en Leo werd verraden. Daarna volgde het pad dat zoveel Joodse Nederlanders en verzetsmensen aflegden: via kamp Vught werd hij gedeporteerd. In 1944 werd hij in Auschwitz vermoord. Hij was toen zesendertig jaar oud.

Een vader die zijn zoon nauwelijks kende

Op dat moment was zijn zoon Leonard nog maar een baby van rond de twee jaar. Vader en zoon hebben elkaar dus nauwelijks gekend. Leonard groeide op met een leegte waar een vader had moeten zijn, en met een familie die het verlies droeg zonder het ooit helemaal te kunnen verwerken.

Terwijl Leo werd weggevoerd, moest Leonard zelf ondergedoken worden. Als Joods kind was hij niet veilig. Hij verbleef op verschillende adressen in Groningen en Friesland, in een kindertehuis en op een boerderij, en kreeg ter bescherming een andere naam. Na de oorlog heette hij een tijd Wim Frankema. Zo overleefde de zoon terwijl de vader het niet haalde.

Drie generaties later

Wat deze geschiedenis bijzonder maakt, is niet dat ze uniek is. Duizenden Joodse gezinnen werden op vergelijkbare manier uiteengereten. Wat haar zichtbaar maakt, is dat drie generaties later een nakomeling erover praat. Brankele Frank, kleindochter van Leo en dochter van Leonard, heeft de familiegeschiedenis niet weggestopt. Samen met haar vader vertelde ze het verhaal in een interview bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Zo’n gesprek doet iets wat een naam op een monument niet kan. Het geeft de mensen achter de feiten terug. Leo was niet alleen een slachtoffer van Auschwitz, hij was een econoom die koos voor verzet. Leonard was niet alleen een onderduikkind, hij werd een man met een gezin en een dochter die zijn verhaal draagt. En Brankele is niet alleen een bekende Nederlander, maar ook de derde generatie die deze last kent.

Met zorg naverteld

Bij het navertellen past terughoudendheid. Veel details van Leo’s verzetswerk en van Leonards onderduikjaren zijn niet publiek, en dat is begrijpelijk. Wat vaststaat, is de kern: een grootvader die in het verzet zat en in Auschwitz omkwam, een vader die als kind onderdook en overleefde, en een kleindochter die het verhaal levend houdt.

De familie Frank laat zien hoe oorlog niet stopt bij de bevrijding. De gevolgen reizen mee door de tijd, van Leo naar Leonard, en van Leonard naar Brankele. Dat maakt de vraag naar de vader van Brankele Frank uiteindelijk tot een vraag over een hele familie, en over hoe verlies en veerkracht zich van generatie op generatie doorgeven.